Karakter-opvoeding. 

 

Over het algemene karakter en eigenschappen van de Spaanse Waterhond is volgens mij ruim voldoende op het internet te vinden,maar daarom niet altijd passend met de realiteit,daarom wil ik het hier hebben over onze ervaring met onze perros.

Iedere Spaanse Waterhond moet je ook apart bekijken en beoordelen,er zijn er die een heel zacht karakter hebben,een stevig karakter,verlegen en perros die voor niets bang zijn.Sommige zijn heel rustig,andere juist de hele dag druk.Maar allen zijn ze zeer vrolijk,opgewekt en speels.Ze zijn erg gehecht aan hun gezin,soms een beetje gericht naar 1 persoon toe.Gek op waardering en aandacht van zijn baas,daar plezier je hem mee.

 “Het zijn een beetje racisten”

Als een hond van een ander ras komt benaderen kunnen ze wel eens raar uit de hoek komen,met een eigen soort vlot het meestal wel goed.

De hond heeft een redelijk ruime persoonlijke cirkel en mensen en dieren van buiten de roedel kunnen hem het beste met gepaste beleefdheid benaderen zolang hij nog niet met ze vertrouwd is.De meeste Spaanse waterhonden zullen hun roedel waarschuwen voor naderend bezoek.Door zijn achtergrond als herdershond is de Spaanse waterhond in principe een roedelblijver.

Zoals hierboven vermeld,kan je,je als vreemd mens of vreemde hond bij de eerste kennismaking met een Spaanse waterhond beter beleefd en enigszins afwachtend opstellen.Sommige zullen vreemden weliswaar accepteren,maar vervolgens volkomen blijven negeren.Andere zullen uiteindelijk nieuwsgierig en vriendelijk naderen.Honden uit deze laatste categorie zullen elke geaccepteerde vreemde uiteindelijk ruimhartig in hun ‘kennissenkring’ opnemen.Omdat de hond nog zo instinctief communiceert,vat hij een onhandige benadering van vreemden als onbeleefd op.

Als je hem als onbekende recht in de ogen blijft kijken,over hem heen hangt en/of plotseling handen naar hem uitsteekt,wordt dat door hem niet gewaardeerd.Hij kan dan terugdeinzen,in een grote boog om je heen blijven lopen of - erger – een grote mond tegen je opzetten en durven happen. 

De Spaanse waterhond kan als pup/jonge hond onzeker zijn.Het is belangrijk om zijn karakter te respecteren en hem te helpen zijn onzekerheden te overwinnen.Hij is van nature nieuwsgierig en het feit dat hij heel snel leert,helpt hem om nieuwe ervaringen snel te verwerken.Hij is ook in staat om slechte ervaringen op een goede manier te verwerken als hij hierbij op de juiste manier wordt begeleid.Gemakkelijk is iets anders! 

Goede socialisatie is voor een Spaanse waterhond heel belangrijk.Dat is meer dan de pup in zijn eerste drie maanden laten kennismaken met vreemde mensen, kinderen,verkeer,andere dieren,enz.Die kennismakingen moeten steeds herhaald worden.Goede socialisatie begint al in het nest en gaat een heel hondenleven door. 

De Spaanse waterhond is een actieve hond die geschikt is voor actieve mensen. Met alleen wandelen doe je hem te kort.De meeste Spaanse waterhonden zijn voor van alles te porren.Gehoorzaamheid,behendigheid,flyball, frisbeeën,schapendrijven,waterwerk,trekspelletje en zot doen met zijn baasje. 

Tijdens wandelingen kunnen zoekspelletjes worden gedaan of hindernissen worden genomen,bijvoorbeeld over een omgevallen bomen laten springen/lopen,zijn bal wegstoppen en het hem laten zoeken,vinden zal hij het! 

Alleen zijn vindt hij natuurlijk niet gezellig,maar hij kan erop getraind worden.Zoals voor elke hond, geldt ook voor hem dat hij van veel en lang alleen zijn ongelukkig wordt! 

Ten slotte

 Zoals bij meerdere hondenrassen geldt,moeten mensen zich niet afvragen:

 

 ‘Is de Spaanse waterhond geschikt voor mij?'

maar: ‘Ben ik geschikt voor een Spaanse waterhond?’

 

Verzorging:

De Vacht.
De Perro De Agua Español is een ras dat makkelijk in onderhoud is,
doordat dit ras geen ruiperiode kent en daar deze niet geborsteld mag worden.
Natuurlijk hebben deze honden dan wel een ander vachtonderhoud nodig.
Ze dienen minimum éénmaal per jaar kort geschoren te worden,
daar de vacht ongeveer 1 cm per maand groeit en deze niet langer mag zijn dan 13 cm,
de ganse hond wordt op dezelfde lengte geschoren, dus zowel hoofd, oren,
staart als poten op dezelfde lengte.
 
Als de vacht een bepaalde lengte heeft bereikt zal deze koorden beginnen te vormen,
bij de ene hond zal dit bijna van zelf gebeuren en de
andere zal men een handje moeten helpen, door de klitten dunner te scheuren.
De hond mag gewassen worden zoals alle anderen rassen,
natuurlijk is het beste als je hem enkel wast wanneer het echt nodig is, omdat de
vacht voorzien is van een waterafstotende laag, en dat men deze door veelvuldig wassen beschadigd,
en de droogtijd van uw hond aanzielijk zal verlengen.
 

De eerste keer dat de hond geschoren wordt is op een leeftijd van ongeveer 4 maanden. Dit gebeurt om de puppyvacht kwijt te raken.

De hond mag en kan gans het jaar geschoren worden. Het enige waarop gelet moet worden is zonnebrand. Een hond die net geschoren is moet, net als de mens,niet te lang in de brandende zon verblijven. Als de hond geschoren wordt, moet men niet vergeten dat de haren tussen de voetzooltjes ook geknipt moeten worden. In de winterperiode is het sowieso verstandig deze haren te knippen, omdat zich in deze haren ijs kan verzamelen en dit kan wondjes veroorzaken bij de, gevoelige, voetzooltjes.Om dit te voorkomen kan je er best vaseline tss smeren.

De vacht kleuren.

De Spaanse Waterhond komt in verschillende kleuren voor. Als basis kleur kennen we zwart, wit en bruin (bruin in alle tinten). Daarnaast kunnen bruin en zwart voorkomen met wit. Bruin mag niet samen met zwart gecombineerd zijn en driekleur (zwart, bruin en wit) is ook niet toegestaan.Sommige perros vervagen van kleur,dit alles heeft te maken met het pigment van de hond,zo kan een bruine hond na verloopt van tijd beige worden.

De oren.

Doordat de vacht van de Spaanse Waterhond doorgroeit en geen rui kent, groeien de haren in de oren ook door. Hierdoor ontstaan haarproppen in de oren waar viezigheid in kan blijven hangen enzo een ontsteking ontstaan.
Deze warme omgeving is een ideale plek voor oormijt,waar de
honden dan ook gevoelig voor zijn. Om te voorkomen dat viezigheid en eventueel oormijt in de oren terechtkomt, worden de haren in de oren zo eens in het half jaar getrokken.Als de haren verwijderd zijn, is het verstandig om met een oor-clean-middel het oor schoon te maken.
 
De ogen.
 
Ook aan de ogen moet soms wat extra aandacht worden besteed. Door de (vaak langere) vacht en de structuur die de vacht heeft blijft traanvocht (vaak samen met zand, stof,...) in de ooghoeken zitten. Door het indrogen van dit vocht, ontstaan harde restjes bij de ooghoeken. Dit verwijder je best dagelijks.
 
Het gebit.
 
Als je brokken geeft aan je hond dan kan het best wel gebeuren dat hij veel tandsteen en ook een slechte adem zal krijgen na enige tijd,in dit geval zal poetsen misschien een oplossing brengen of andere middeltjes.
Onderandere is dit één van de redens waar voor wij vers (NRV) geven aan onze honden.
 

 

Dit zijn enkele foto's van een hond die geschoren wordt.

 

 

 

 Rasstandaard.

 

Perro De Agua Español (336)

 Groep 8, sectie 3, waterhonden

1.Oorsprong.
Spanje.
 
 
2.Gebruik.
Herdershond, jachthond en vissershond alsook gezelschapshond
 
 
3.Korte geschiedenis van het ras.
De aanwezigheid van deze hond op het Iberische schiereiland bestaat sinds het begin van de tijd en behoort tot dezelfde familie als de oude Barbet. De hoofdpopulatie heeft zijn basis in Andalucie waar hij gebruikt werd als herdershond en hij reeds eeuwen bekent stond als “TURKENHOND”.Zijn uiterlijk,vooral zijn vacht is perfect aangepast aan het veranderlijke weer van de moerasachtige streek
(soms nat en soms droog), wat hem kwalificeert als herdershond, als hulp van de vissers en van de
jager op waterwild in deze streken.

 
 
4.Algemene verschijning.  
Rustieke hond, goed geproportioneerd, dolichocephalic ( lange smalle schedel), met middelmatig gewicht,
eerder gestrekte lichaamsbouw, harmonisch gebouwd, aantrekkelijk profiel, Atletisch en goed gespierd te
danken aan zijn regelmatige arbeid, profiel is rechtlijnig.Goed ontwikkelde reukzin, oog en gehoor.
 
 
5.Karakter.
Trouw, gehoorzaam, vrolijk, goede werker, evenwichtig,moedig en zeer verstandig, zeer leergierig dankzij een buitengewoon bevattingsvermogen. Past zich aan elke voorwaarde en situatie aan.

 
6.Belangrijke proporties.
Lengte van het lichaam/schofthoogte: 9/8
Borstdiepte/schofthoogte: 4/8
Lengte voorsnuit/lengte schedel: 2/3
 
 
7.Hoofd.
Sterk, elegant gedragen.
 
7.1 Schedelstreek
Platte schedel,jachtknobbel bij onmerkbaar, stop licht aangeduid.   
               
7.2 Voorsnuitstreek
profiel is rechtlijnig
Neus en neusspiegel: goed ontwikkelde neusgaten, neusspiegel heeft dezelfde kleur of is donkerder dan
die van de vacht.
Lippen: goed aangeduide mondhoek
Tanden: goed gevormd, wit, grote hoektanden.
Ogen: licht schuin en goed uit elkaar geplaatst, met veel uitdrukking,licht tot kastanje bruin aangepast aan
de vachtkleur. Bindvlies niet zichtbaar
Oren: middelhoog aangezet, driehoekig en hangend

 
8.Hals
Kort en goed gespierd, zonder keelhuid. Perfect aan de schouders aangezet.

 
9.Lichaam.
Robuust
Bovenbelijning: recht Schoft: licht aangeduid Rug: recht en sterk Borst: breed en diep, ribben goed gewelfd van een diameter die grote ademhalingsmogelijkheid toelaat.
Kroep: licht aflopend Onderbelijning: buik licht opgetrokken Staart: middelhoog aangezet, het kouperen
dient te gebeuren van de 2de tot de 4de staartwervel.
Sommige exemplaren tonen een aangeboren stompstaart.
 
  
10.Ledematen.
 
10.1 Voorhand ledematen.
Stevig en recht
Schouders: goed gespierd, en schuin aanliggend
Bovenarm: sterk en schuinliggend
Ellebogen: goed aan de borstkas aanliggend en parallel   
Onderarm: krachtig en recht
Polsen en voorvoetmidden: recht eerder kort
Voeten: rond en goed aangesloten, nagels in alle kleuren toegelaten,
voetkussens met goed weerstandsvermogen.
 
10.2 Achterhanden ledematen.
Perfect loodrecht, hoeking niet overdreven en met spieren die de mogelijkheid hebben om het lichaam bij
het lopen energieke stuwing te geven en de nodige vering voor gemakkelijke en
elegante sprongen te maken.
Bovenbeen: lang en goed ontwikkeld
Onderbeen: goed ontwikkeld
Sprong: goed neergelaten
Achtermiddenvoet: kort, droog en loodrecht op de bodem
Achtervoeten: idem als voorvoeten
 

11. Gangwerk.
Bij voorkeur de draf, de galop is kort en springerig.

 
12. Huid.
Soepel, fijn en het lichaam goed omsluitend.Kan kastanjebruin, zwart of gedepigmenteerd zijn,volgens kleur van de vacht, evenals de slijmvliezen.

 
13. Vacht.
Altijd gekruld en met wollige textuur.Golvend of gekruld indien kort, lang kan het koorden vormen.
Het scheren dient steeds volledig en gelijk te gebeuren, en mag geen esthetisch doel hebben.
De lengte van de showvacht is van 3cm tot 12cm.
 
 
14. Kleur.
Eenkleurige: Wit, zwart en bruin in verschillende schakeringen
Tweekleurige: Wit-zwart, zwart-wit, bruin-wit en wit-bruin in alle schakeringen,
de tweede kleur dient steeds wit te zijn.
Driekleurige exemplaren alsook dalmatiër zijn niet toegelaten.
 
 
15. Grootte en gewicht.
Schofthoogte:
Reuen 44-50cm
Teven 40-46cm
 
Met een tolerantie van 2 cm omhoog indien de hond harmonisch gebouwd is, en voldoet aan de rest van de standaard.
Gewicht:
Reuen 18-22kg        
Teven 14-18kg
 
 
16. Fouten.
Zware fouten: zadelrug, Afwijkingen van de loodrechte stelling, hangbuik of extreem opgetrokken buik.
Diskwalificerende fouten:Onstabiel karakter, ondervoor of bovenvoorbijter, wolfsklauwen, mono-of crytorchiden, rechte beharing, driekleurige, tweekleurige waarvan de tweede kleur niet wit is,dalmatiër en albinisme
Opmerking: De reuen moeten twee normaal ontwikkelde, volledig in het
                    scrotum ingedaalde testikels hebben.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Tekst en foto's,overgenomen van de PDAE club Belgie.
Andere teksten deels overgenomen en eigen inbreng.

 
 

 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Make a free website with Yola